Tussen 1873 en 1916 werden tienduizenden Hindoestaanse arbeiders uit verschillende streken van India verscheept naar Suriname. Tijdens de lange reis en het harde leven op de plantages zongen de arbeiders volksliederen en klaagliederen.

 

In het nieuwe land vermengden zich de verschillende culturen en een nieuwe muziekvorm ontstond: de Baithak Gana. Baithak betekent zitting. Gana betekent zang.

 

Bij de Baithak Gana maken minstens drie muzikanten, zittend op de grond in een kring, samen muziek. Drie instrumenten spelen een belangrijke rol: het harmonium, de Dholak (handdrum uit noord-India) en de Dandtal (ijzeren staaf).

 

Van oorsprong is de muziek religieus van aard, maar ook wordt de liefde bezongen.

Baithak Gana Dhamaka2007Events

 

 

JUMPA RAJGURU AWARDS 2009

 

Jongeren Baithak Gana Talentencontest

 

 

Meer info volgt.